ANI-ZOO

Plan van aanpak


 

Geachte fokkers,

 

Hierbij vindt u de agenda en plan van aanpak voor de vergadering van 15/04/2011.

Alle reacties en suggesties zijn welkom om te helpen het standpunt van Ani-zoo te verdedigen.

Agenda vergadering van 15 april 2011

 

1. Voorlopige resultaten en ervaringen van de werkgroep Wetenschappelijke Ondersteuning.

 

2. Standpunt van de diverse federaties die stambomen uitgeven, in het kader van de voorgestelde centrale registratie en de DNA-ouderschapstest.

 

3. Lijsten van de momenteel beschikbare DNA-testen, per ziekte en per ras.

 

4. Mogelijke aanpak van ziekten of erfelijk belasting die niet via DNA-testen kunnen worden vastgesteld, bv: heupdysplasie, auto immuunziekten (hypothyreose, sebadenitis, rheumatoide artritis, diabetes, ziekte van Addison, etc.).

 

5. Centraal meldpunt voor erfelijke ziekten (en gezondheidproblemen bij hypertypes) die door dierenartsen worden vastgesteld in hun praktijk.

 

6. Concrete acties voor het implementeren van het stappenplan: in toepassing

brengen van aanbevelingen betreffende het bestrijden van “hypertypes” en inteelt.

Samenwerking met dierenartsen aangaande meldplicht. Modaliteiten voor het creëren van een kruispuntbank.

 

7. Rol van de rasclubs en hun verenigingen.

 

8. Statistische gegevens betreffende vraag en aanbod van rashonden in België. België als draaischijf van in- en doorvoer van rashonden uit het vroegere Oostblok (Slovakije, Tsjechië, e.a.). Wettelijke mogelijkheden en acties om de invoer (dumping) van dergelijke honden te beperken/belemmeren (ISO-normering, CE-labeling, e.a.).

 

9. Aanpassingen van Artikel 19, §2 en §3 (KB van 27-04-2007 houdende erkenningsvoorwaarden ….) en aspecten van dierenwelzijn en ethiek.

 

10. Opleiding: symposium 10 september 2011.

 

11. Sensibilisering, publiek meldpunt en ombudsman. Oprichting van een werkgroep PR.

 

12. Rapportering van de werkzaamheden en aanbevelingen van het Consortium en van de werkgroep Wetenschappelijke Ondersteuning.

 

Plan van aanpak te bespreken tijdens de vergadering van het Consortium op 15-04-2011.

 

De opdracht die door de MP is gegeven aan de werkgroep Wetenschappelijke Ondersteuning en aan het Consortium is: het voorstellen van maatregelen om de prevalentie van erfelijke ziekten bij rashonden te verminderen. Het lijkt zinvol in dezelfde oefening te streven naar het indijken van onaanvaardbaar sociaal gedrag. De waarschijnlijkheid van het optreden van erfelijke ziekten, en mogelijk ook van ongewenst gedrag, neemt toe wanneer de mate van inteelt groter wordt, en als gevolg van het creëren van honden met extreme uiterlijke kenmerken (hierna “hypertypes” genoemd).

Teneinde deze doelstelling te bereiken zijn een reeks maatregelen noodzakelijk:

 

1. het inventariseren van de mate van inteelt met behulp van de Belgische stamboeken

2. het uitrekenen van de drempelwaarde van toelaatbare inteelt per ras

3. het schatten van de genetische variabiliteit (zogenaamde genenpool) per ras

4. het berekenen en op de stamboom vermelden van de graad van genetische inteelt

5. het centraal registreren van alle rashonden, en van hun stamboom

6. het systematisch melden en centraal registreren van alle honden bij wie een erfelijke ziekte of slechte gezondheid als gevolg van hypertypering wordt vastgesteld

7. het certifiëren dat het ouderschap dat wordt aangegeven in de stambomen juist is (authentieke stamboom)

8. het nauwkeurig selecteren van honden die mogen worden toegelaten tot het fokken,

9. het adviseren aangaande geschikte fokcombinaties     

10. het informeren en sensibiliseren van hondenfokkers en hondenliefhebbers (kopers, eigenaars van honden)

 

Elk van deze stappen vergt specifieke maatregelen die ofwel in onderling overleg in de vorm van bindende afspraken, ofwel in reglementen dienen te worden vervat. De punten 1 tot 4 worden toevertrouwd aan de werkgroep Wetenschappelijke Ondersteuning. De eerste resultaten van een studie naar de uitvoerbaarheid (feasibility) zullen worden medegedeeld. Meteen zullen in samenspraak tussen deze werkgroep en het consortium suggesties worden geformuleerd voor maatregelen die moeten toelaten in de toekomst adequaat te kunnen inspelen op het punt 9.

 

 

 

Voor de centrale registratie van alle rashonden en hun stamboom zal gebruik worden gemaakt van een kruispuntbank verankerd rond het BVIRH-nummer. De databanken van BVIRH en die van de stambomen zullen afzonderlijk in stand worden gehouden, en via specifieke software worden “gelinkt”.

De dierenartsen verbinden er zich toe om alle honden bij wie zij een erfelijke ziekte vaststellen, of bij wie een gezondheidsprobleem voorkomt als gevolg van het streven naar hypertypes, te registreren in een afzonderlijke centrale databank. Deze databank kan, met behulp van aangepaste software, worden “gelinkt” aan de databank van de centrale registratie en aan de databank van de stambomen. Hierdoor ontstaat een kruispuntbank. Het spreekt voor zich dat de gegevens versleuteld moeten worden om de privacy, de rechten en de belangen van de eigenaars en fokkers te vrijwaren. Het is wenselijk dit proces in een afzonderlijke werkgroep IT gedetailleerd te begeleiden (toegangsrecht, eigendomsrecht, juridische aspecten, praktische verwezenlijking, onderhoud, financiering, etc.).

 

Er zal een centraal meldpunt worden opgericht waar gezondheidsproblemen met rashonden door de eigenaars kunnen worden ingebracht. Aan dit meldpunt zal een ombudsbureau worden verbonden. De praktische uitwerking hiervan valt onder de taken van de op te richten werkgroep PR (Public Relations) en de werkgroep IT.

 

Het is evident dat de doelstellingen, die door de MP zijn aangegeven, enkel kunnen worden bewerkstelligd indien de informatie, die wordt opgeslagen in de diverse databanken, betrouwbaar en correct is. Dit geldt in het bijzonder wat betreft de authenticiteit van de stambomen. Voor het garanderen van de authenticiteit is de DNA-ouderschapstest noodzakelijk. Er kan worden gesteld dat verenigingen enkel dàn zullen worden gemachtigd een eigen stamboek te houden en stambomen uit te geven, indien zij voldoen aan de voorschriften die zijn geformuleerd door de werkgroep Consortium.

 

Gesteund op de adviezen van de werkgroep Wetenschappelijke Ondersteuning, de analyse van de informatie over erfelijke ziekten verzameld in de databanken, en de vereiste vooronderzoeken van de fokdieren, die voor elk ras dienen te worden vastgelegd, zal in overeenstemming met punt 9 worden geadviseerd. De fokdieren dienen eveneens te voldoen aan vereisten op het gebied van overeenstemming met de rasstandaard en het bewijs te hebben geleverd van aanvaardbaar sociaal gedrag. De modaliteiten hiervan dienen in overleg te worden vastgelegd.

 

 Aan afstammelingen van fokcombinaties, die niet voldaan hebben aan de hiervoor vermelde werkwijze, kan weliswaar een stamboom worden uitgereikt, maar deze afstammelingen zullen worden uitgesloten van gebruik als fokdieren. Dit zal zowel op hun stamboom worden vermeld als in de centrale databank worden geregistreerd.

 

In dit verband dient de rol van de rasclubs en hun fokcommissies te worden bestudeerd. Er zullen tevens mechanismen van controle (met behulp van  software) en mogelijke sanctionering bij overtreding moeten worden overwogen.

 

Aangezien alle rashonden in België zullen moeten voldoen aan de strikte voorwaarden, die hierboven zijn geformuleerd, en mits deze voorwaarden tevens wettelijk zijn vastgelegd, is het volgens de Europese wetgeving toegelaten dezelfde voorwaarden op te leggen aan alle honden die in België worden geïmporteerd.

 

Wat de problemen rond dierenwelzijn betreft, wordt verwezen naar de vigerende wetgeving, die aangaande sommige punten allicht dient te worden aangepast (art 19, paragrafen 2 & 3 van het KB van 27-04-2007, houdende erkenningsvoorwaarden voor inrichtingen voor dieren en de voorwaarden inzake de verhandeling van dieren). Daarbij is het wenselijk rekening te houden met internationale reglementen en initiatieven. Gedacht kan worden aan aanpassingen betreffende: het aantal toegelaten worpen per jaar, het totaal aantal worpen per fokteef, de begrenzing van de leeftijdsperiode binnen welke de teef mag worden ingezet voor het fokken, de verzorging en het welzijn van de fokdieren, de noodzaak tot het voorzien in vrije uitloop, de sociale opvoeding en integratie van de fokdieren, de controle door geaccrediteerde of beëdigde instanties (bijvoorbeeld vergelijkbaar met de organisatie die de EU voorziet voor de voeding) , het zonder terughouding melden van alle jongen die met “defecten” worden geboren, het doden van gezonde honden waarvan de uiterlijke kenmerken niet in overeenstemming zijn met de rasstandaard, etc. Het in concreto uitwerken van dit zeer gevoelig onderwerp valt buiten de bevoegdheid van het consortium. Het consortium zal evenwel de algemene principes en aanwijzingen opsommen, en het consortium zal verder worden betrokken bij de verwezenlijking ervan.

 

Betreffende de voorlichting en sensibilisering lijkt het aangewezen een “werkgroep PR” in het leven te roepen, waarvan de samenstelling kan verschillen van die van het Consortium. Deze groep zal zich tevens bezig houden met het creëren van een meldpunt en de praktische organisatie van een ombudsbureau.



Beste bezoeker,

De toegang tot méér informatie over de verschillende onderwerpen is gemakkelijk en snel maar exclusief voor Ani-Zoo leden (log je in om toegang te krijgen).

Ani-Zoo verzamelt heel wat belangrijke informatie. Hier vind je de voordelen van het Ani-Zoo lidmaatschap

De Ani-Zoo ploeg

Click hier om je in te loggen

 

 
© Copyright 2019 | ANI-ZOO | Realisation: Abusol | Sitemap | All rights reserved